Vragen? Bel: 020 - 697 20 66

contact@indexus.nl
 

Over obligaties

02 juli 2014

Over Obligaties

Op mijn eerste column voor Indexus, die verscheen op 12 mei, ontving ik binnen een paar dagen heel wat reacties. Kijk, daar word ik nou blij van, want interactie met lezers is precies de bedoeling van deze stukjes. Alle inzenders stelden een bepaalde kwestie aan de orde. Uit hun suggesties koos ik als onderwerp voor mijn tweede column de obligatie.

Met de obligatie is namelijk iets geks aan de hand. Obligaties vormen de tweede hoeksteen in iedere portefeuille, naast aandelen. Het zijn in verhandelbare stukjes geknipte geldleningen door overheden en bedrijven. Beleggers ontvangen periodiek ‘coupons’ (rente) en krijgen aan het einde van de looptijd de hoofdsom terugbetaald. De koers van een obligatie wordt bepaald door de mix van rente, resterende looptijd, soliditeit van de debiteur en algeheel marktsentiment. De werkelijke waarde, het ‘effectief rendement’, is dan ook alleen uit te rekenen via complexe formules, maar die staan wel gewoon op het web, bijvoorbeeld hier. Wat obligaties ook ingewikkeld maakt: stijgt de rente, dan denk je als eenvoudige particuliere belegger dat de waarde ook wel zal stijgen. Het inkomen uit de obligatie neemt immers ook toe. Maar nee: als de rente stijgt, dalen de koersen van obligaties, en omgekeerd. Het risico wordt namelijk groter, c.q. kleiner, dat de couponrente onder de marktrente uitkomt.

Door de combinatie van rente en aflossing geldt de obligatie als veilig. Het rendement ligt lager dan op aandelen, maar het risico op verlies ook. Mits de debiteur – landen als Duitsland en Nederland, bedrijven als Shell en Coca-Cola – goed is voor zijn geld. Obligaties van minder solide schuldenaren vergoeden een hogere rente ter compensatie van het hogere risico. Daarnaast zijn er nog talloze variaties in looptijden en andere voorwaarden. Dat maakt van de obligatie ook een flexibel instrument, te gebruiken in allerlei mengsels van risico en rendement.

De obligatiemarkt is gigantisch. Volgens de Bank voor Internationale Betalingen stond er eind vorig jaar wereldwijd voor 85 biljoen dollar aan obligaties uit, waarvan 40 biljoen staatsleningen, 33 biljoen leningen door financiële instellingen en 12 biljoen door ‘gewone’ bedrijven. De grootste individuele schuldenjunks zijn de overheden in de VS (vijftien biljoen) en Japan (negen biljoen).

Uitgerekend deze hoeksteen is voor de particuliere belegger herschapen in een zwarte doos die hij op eigen kracht niet open krijgt. Openbare informatiebronnen zijn er niet meer sinds uitgeverij Kluwer in 2009 stopte met de Effectengids. Deskundig advies is schaars: de grote Nederlandse banken hebben hun ‘obligatiedesks’ met specialisten afgestoten. De toegangsdrempels zijn hoog. Rechtstreeks in bedrijfsobligaties beleggen kan alleen vanaf minimaal een ton. Onder dat bedrag moeten de debiteuren veel meer informatie verschaffen, en dat vinden zij te duur en teveel gedoe. Natuurlijk zijn er honderden beleggingsfondsen in obligaties te koop, en trackers op obligatie-indices. Helaas zijn die ondoorzichtig en onvoorspelbaar.

Het wordt nog gekker. Overheden en bedrijven blijven enthousiast nieuwe obligaties uitgeven, omdat zij tegen zo’n lage rente kunnen lenen. Beleggers kopen ze even enthousiast op – deze ‘primaire’ markt functioneert nog wel. Maar de ‘secundaire’ markt, de handel in eenmaal uitgegeven obligaties, is vrijwel opgedroogd, zo blijkt uit dit artikel. De market makers, de grote banken, zijn afgedropen omdat regelgevers en toezichthouders hen dwingen veel minder risico’s te nemen en veel meer bufferkapitaal aan te houden. Zolang de eigenaren rustig blijven zitten op hun bergen obligaties, is er niets aan de hand. Maar als een paar van hen grote pakketten gaan dumpen, bijvoorbeeld omdat de rente weer gaat stijgen – en dat doet hij een keer – , dreigt een nieuwe meltdown.

Om die vóór te zijn, overweegt de Federal Reserve boetes te gaan heffen van beleggers die uit obligatiefondsen willen stappen, zo berichtte de Financial Times onlangs. Dit omineuze plan bewijst eens te meer dat de regie over de obligatiemarkt in feite berust bij overheden. Zij geven de meeste leningen uit, ‘hun’ centrale banken kopen die op en helpen de rente op die biljoenenschuld kunstmatig laag te houden.

Hoeksteen? Het lijkt meer op een aardverschuiving. Directe of indirecte beleggingen in obligaties horen nog steeds in uw portefeuille. Maar het is wel uitkijken geblazen in die markt. Ga niet alleen op avontuur uit. Zoek een goeie, onafhankelijke gids, die zelf ook serieus werk maakt van obligaties en die u geen eigen producten probeert aan te smeren.

Joost Ramaer

Reageren kunt u per email jramaer@gmail.com, via Twitter @jramaer

Joost Ramaer (1958) woont en werkt in Amsterdam als freelance journalist, onder meer voor De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Hij begon ooit bij Quote (1986-1993) en werkte daarna voor de Volkskrant – bij de redacties Economie (1993-2003) en Kunst (2003-2008). Hij verliet de krant om een boek te schrijven. De Geldpers – De teloorgang van het mediaconcern PCM verscheen eind 2009 bij uitgeverij Prometheus. Van maart 2011 tot eind augustus 2013 schreef hij iedere zaterdag een column over beleggen voor NRC Handelsblad.

 

Op indexus.nl gebruiken we cookies. Dit is nodig om de website goed te laten functioneren. Lees meer in onze privacy beleid.