Vragen? Bel: 020 - 697 20 66

contact@indexus.nl
 

Hoe werken ETF’s?

Ga terug naar Indexbeleggen

 

Hoe werken ETF’s?

ETF’s worden uitgegeven en beheerd door financiële instellingen zoals iShares, Lyxor en Deutsche Bank (dbx-ETF’s). Zij beheren het fondsvermogen en zorgen ervoor dat het verschil tussen het rendement van de ETF en dat van de gekozen index minimaal is. De waarde van een ETF zal meebewegen met de ontwikkeling van de betreffende index. Dat betekent echter niet dat de koers van een ETF altijd gelijk is aan de stand van de index. Om de verhandelbaarheid te verbeteren is de koers bijvoorbeeld eentiende of eenhonderdste deel van de index. Zo zal een ETF op de AEX bij een indexstand van 350 de koers van 35 euro benaderen. Daarnaast wordt een eventueel opgespaard dividend en de beheerskosten in de koers van de ETF verrekend.

De waarde van een ETF komt dus overeen met de waarde van alle aandelen uit de onderliggende index, vermeerderd met het mogelijk opgebouwde dividend en verminderd met de beheerskosten. Dit is de nettovermogenswaarde (NAV). Omdat ETF’s, net als aandelen, gedurende de hele handelsdag te verhandelen zijn, is het voor beleggers belangrijk dat deze nettovermogenswaarde doorlopend beschikbaar is. Er wordt dan ook continu (meestal om de 15 seconden) een indicatie afgegeven, vaak door de beurs en een onafhankelijke derde. Deze zogeheten iNAV is een zo nauwkeurig mogelijke schatting van de nettovermogenswaarde. Doorde verschillende tijdzones zijn actuele koersen van de onderliggende aandelen bij internationale ETF’s niet altijd beschikbaar. Een ETF op de S&P 500 kan hier bijvoorbeeld worden verhandeld wanneer de Amerikaanse beurzen nog gesloten zijn. In deze gevallen dienen futurestanden en Europese noteringen van Amerikaanse aandelen als hulpmiddel voor de bepaling van de iNAV.

Prijsvorming Niet alleen de iNAV is een goede indicatie, ook de bied- en laatprijzen en de laatste actuele koers geven beleggers een goed idee over de werkelijke waarde van een ETF. Market makers zullen op basis van de iNAV continu bied- en laatprijzen (spread) afgeven. Overigens krijgen market makers veelal de opdracht om de spread onder een bepaald niveau te houden, gewoonlijk 1% of 2% voor minder liquide ETF’s. Dat is belangrijk, want de spread heeft een groot aandeel in de totale transactiekosten. Bij ETF’s met een kleine omvang zal de spread in de regel wat groter zijn, aangezien er minder concurrentie is tussen verschillende market makers. Indien de koers teveel afwijkt van de iNAV zullen market makers en andere aangewezen financiële partijen dit corrigeren door middel van arbitrage.

Naast de normale beursvloer, de ‘secundaire markt’, bestaat er ook een ‘primaire’ markt in ETF’s. Daar kunnen market makers en andere bevoegde deelnemers ETF’s creëren (kopen) en aflossen (verkopen) in ruil voor een mandje effecten uit de onderliggende index. Dit creatie/aflossingsproces vindt dagelijks plaats na het sluiten van de beurs. Omdat ETF’s dus eenvoudig aangemaakt of opgeheven kunnen worden, heeft een toenemende vraag niet of nauwelijks een prijsopdrijvend effect. Er worden eenvoudigweg nieuwe aandelen uitgegeven wanneer de vraag toeneemt. Wanneer de vraag afneemt, werkt het proces precies omgekeerd. In tegenstelling tot de particuliere belegger kunnen institutionele partijen hun orders ook laten verlopen via de primaire markt.

Toezicht op de ETF-markt De markt van beleggingsproducten kent in Europa al sinds jaar en dag strenge richtlijnen. Deze richtlijnen zijn vastgelegd als UCITS (Undertakings  for Collective Investment in Transferable Securities ofwel Garanties voor Collectieve Beleggingen in Overdraagbare Effecten). Deze richtlijnen van de Europese Unie bepalen  waaraan een in de EU gevestigd beleggingsproduct dient te voldoen alvorens het aangeboden mag worden. De UCITS richtlijn heeft vooral als doel om beleggers meer inzicht en bescherming te bieden. In Nederland worden de UCITS richtlijnen ook wel aangeduid als ICBE (instellingen voor collectieve belegging in effecten) genoemd. De UCITS ‘stempel’ mag alleen toegevoegd worden aan een ETF wanneer deze ook daadwerkelijk voldoet aan de geldende richtlijnen.