Vragen? Bel: 020 - 697 20 66

contact@indexus.nl
 

De ultieme ETF-portefeuille

13 April 2015

De ultieme ETF-portefeuille

ETF’s (Trackers) raken steeds meer ingeburgerd in de beleggingssamenleving en het belegd vermogen groeit gestaag. De keuze is tegenwoordig gigantisch; wereldwijd zijn er meer dan 5000 verschillende ETF’s te koop in ruim 1500 verschillende smaken. Dan volgt meteen de volgende vraag: ‘hoe stel je de ultieme ETF-portefeuille samen?’

Duco Frie, hoofd vermogensbeheer bij Indexus, brengt het antwoord op deze vraag dagelijks in de praktijk bij het samenstellen en onderhouden van beleggingsportefeuilles. Daarnaast heeft Indexus een vrij toegankelijke database waarin alle ETF’s zijn opgenomen.

Hoe hou je al die verschillende ETF’s uit elkaar?
‘De keus is inderdaad gigantisch en dat maakt het juist aantrekkelijk. Niet alleen omdat het een vak apart is om de verschillen in kaart te brengen en daar kunnen beleggers gelukkig goed onze hulp bij gebruiken. Maar ook juist in het voordeel van de beleggers. Immers, doordat de markt enorm groeit, er heel veel keus is en de ETF’s heel transparant zijn, is de onderlinge concurrentie ook heel groot en dat leidt tot betere en goedkopere ETF’s voor de belegger.’

‘Het uit elkaar houden van de verschillende ETF’s is overigens veel eenvoudiger dan het uit elkaar houden van beleggingsfondsen en aandelen. Natuurlijk, we zijn aandelen en beleggingsfondsen al wat langer gewend en de ETF is in Europa pas sinds het begin van deze eeuw. Kwestie van gewenning dus. De naam van een ETF zegt al voor 80% welke index de ETF volgt en de te volgen index is een vastgesteld iets; er zit geen fondsbeheerder achter die bedenkt dat er wat minder Shell of Philips in de AEX-index moet’.

Welke ETF’s hebben jullie voorkeur?
‘Deze vraag benaderen wij anders. We beginnen te denken vanuit de belegger; wat zijn de doelstellingen? Wat wenst de belegger te bereiken? Met welk vermogen? En welke risico’s accepteert de cliënt of kan hij zich permitteren? Dat breng je 100% in kaart en vervolgens is het zaak om op basis daarvan een strategisch plan te maken, een asset allocatie. Dat houdt in welk percentage gaat er belegd worden in aandelen, welk percentage in obligaties, etc. De laatste stap is de tactische allocatie, oftewel, uit welke verschillende aandelen, obligaties of ETF’s gaan we de portefeuille opbouwen.’

‘Maar om toch antwoord te geven. Het belangrijkste is misschien wel de verhandelbaarheid. De kracht zit juist in het snel kunnen verhandelen op de momenten dat het moet. Dan moet er gewoon voldoende volume in de markt zijn. Dat is dus een belangrijk selectiecriterium.’

Onlangs verlaagden ETF-aanbieders om de beurt hun kosten; maakt dat de ETF’s nog populairder?
‘ETF’s zijn sowieso significant goedkoper dan actieve beleggingen zoals beleggingsfondsen en actief beheerde portefeuilles rechtstreeks in aandelen. En die kosten zitten niet alleen in de zogenaamde TER. Inderdaad is de TER bij een aantal partijen fors verlaagd, maar dat gaat dus om honderdsten van een procent tot maximaal twee tiende. Zo’n prijsverlaging is natuurlijk welkom, maar levert met name positieve publiciteit op dan dat het een significante extra instroom in de ETF’s oplevert. We moeten ons niet blind staren op de TER. Die zegt te weinig.’

Waar let je dan wel op?
‘Zoals gezegd letten we op de verhandelbaarheid, maar ook op de spread. Oftewel, wat is het verschil in prijs bij vraag en aanbod en welke volumes zijn er voor die prijzen te koop of te verkopen. In die spread zitten de echte kosten en dat wordt meestal over het hoofd gezien door de belegger. De TER zegt wat over de doorlopende kosten die er zijn in een beleggingsproduct, maar nog niets over de totale kosten. Bij die totale kosten heb je ook te maken met onder andere de transactiekosten en of er wel of niet effecten worden uitgeleend waardoor er weer inkomsten zijn.’

Aan het uitlenen van effecten kleven toch risico’s? Willen jullie die risico’s wel lopen voor jullie cliënten?
‘Natuurlijk moeten wij als goed huisvader alle risico’s beoordelen en vanzelfsprekend nemen we de risico’s van de zogenaamde security lending mee in de keuze van beleggingen. De discussie over die risico’s wordt over het algemeen gevoed door uitspraken en meningen van partijen met een ander belang. Dit wordt vaak niet onderbouwd verder dan dat er een tegenpartijrisico aanwezig is. Natuurlijk zal een partij met een ander belang niet het verhaal helemaal uit de doeken doen en ook vertellen hoe deze risico’s ingeperkt worden door wet en regelgeving en door bijvoorbeeld bepaalde garantiestelling.’

En hoe zit dat met de ETF’s die niet de onderliggende waarden opnemen, maar synthetisch zijn?
‘Ook dat nemen we mee in het beslissingstraject. Daar zijn echter twee zaken over te vermelden. Één is dat hiervoor hetzelfde geldt als het antwoord op de security lending, namelijk: het extra risico is er niet tot nauwelijks. Dit heeft ons dus nooit weerhouden om een synthetische ETF te kopen voor onze cliënten. Twee is dat dit vraagstuk nauwelijks tot geen issue meer is. Inmiddels hebben de grootste uitgevers van de synthetische ETF’s, zoals Deutsche Bank en Lyxor al veel omgebouwd naar fysieke structuren en de laatste jaren zijn er nauwelijks synthetische ETF’s bijgekomen terwijl de markt van ETF’s is verdubbeld.’

Er zijn banken en beheerders die slechts met één of twee ETF-aanbieders werken. Die doen dat niet voor niets. Hebben jullie een specifieke voorkeur?
‘Nee, wij hebben geen specifieke voorkeur. Elke keer als wij een positie in willen nemen houden wij de mogelijkheden tegen het licht en kiezen dan ‘het beste jongetje van de klas’. Zoals eerder gezegd baseren we de keuze op meer dan één criterium.’

En je hoort ook vaak de term dividendlekkage vallen. Reden om dan gebruik te maken van Nederlandse aanbieders?
‘In Nederland hebben we helaas pas een paar aanbieders van ETF’s met wel hele mooie producten en inderdaad op het gebied van dividend bepaalde voordelen. Tegelijkertijd betreft dit slechts één van de criteria; dus we moeten meer zaken beoordelen. Uiteindelijk betekent dit dat de Nederlandse aanbieders regelmatig hoge ogen gooien, maar een heleboel thema’s, dus indexen, worden gewoonweg nog niet geleverd; dus je kan er niet een hele portefeuille mee vullen en zeker niet voor alle verschillende cliënten die wij bedienen.’